13 oktober 2017

Kun je dat maken dan?

We zaten samen in de auto te kletsen en op de rotonde vroeg Josephine: “Kun je dat maken dan?” Nadenkend over verschillende mogelijkheden zei ik “Ik denk het wel”. “Waarom ben je dáár dan niet al mee bezig?”

We hadden een gesprek over een vriendin die worstelde met het internetgebruik van haar tiener. En van daar kregen we het over andere vrienden die tegen dezelfde problemen aanliepen met hun kinderen. Gelukkig zijn onze eigen kinderen niet zo bezig met internet. Maar de oudste is dan ook pas 9. Ik stel mij voor dat het een stuk ingewikkelder is als de oudste 13 is. Zowel voor hem als voor zijn broertjes. En natuurlijk ook voor ons…

Toen ik zelf 9 was, was ik gek op de computer en op programmeren. En ik gun ze diezelfde verwondering over de bizarre mogelijkheden van zo’n ding. Alleen is de wereld wel een ietsie verandert in 35 jaar. Wellicht ook door de komst van internet.

Hoe kunnen we onze kinderen leren omgaan met de computer en internet zonder dat ze gek worden van de afleiding?

Op die rotonde begon de ontwikkeling van “de knop”. Het moest een manier worden om te kunnen bepalen wat je wel en wat je niet accepteert via internet. De eerste werkbare parallel die we legden was met een volume knop: Als de muziek of de tv steeds harder wordt gezet wordt het steeds moeilijker om je ergens anders op te concentreren. Waar de vergelijking spaak loopt is dat volume maar één onderdeel betreft. Mensen waarmee ik over ons idee sprak dachten bij een-volumeknop-voor -internet voornamelijk dat het dan over downloadsnelheid ging.

Aan de grondslag ligt bovendien een andere gedachte dan “harder/zachter”: Wij zijn samen de baas in ons eigen huis. Dat geldt voor alles wat er achter onze voordeur komt. Behalve blijkbaar dus voor internet.

Waarom is dat zo? En veel belangrijker; hoe kan dat anders? Ik zal nooit accepteren dat een app-bouwer in Silicon Valley bepaalt wanneer het gesprek, dat mijn zoon met mij probeert te hebben, onderbroken wordt.

Ik kan mijzelf wel voor mijn kop slaan maar door dat getril op de kast of in mijn broekzak ben ik toch afgeleid! Daardoor kan ik niet de aandacht aan mijn dierbaren geven waar ik dat voorheen wel kon. Dus rijst de vraag: hoe kunnen wij zelf bepalen wat er wel of niet ons huis, ons gezin binnenkomt? En, als we alles zouden afsluiten werkt de slimme meter dan nog wel? Of de slimme thermostaat?

Vroeger (vroegah) was internet gewoon één ding. Websites!

Oké, oké, twee dan; websites en email.

Maar internet is steeds meer een drager, een infrastructuur, waarover een dagelijks uitbreidende collectie aan services wordt afgeleverd. Alleen werkt de aansluiting nog altijd hetzelfde als bij de introductie, 20 jaar geleden; alsof er maar één of twee services worden afgeleverd.

Internet staat áán! Of, heel soms, per ongeluk, uit.

Er zijn wel filters die “slechte zaken” buiten houden maar de bediening daarvan is zo gebrekkig dat je dat misschien 1 keer instelt en het dan nooit meer wilt veranderen. Al die diensten over internet zijn inmiddels zo divers dat zo’n “bediening” bij lange na niet meer voldoet. Zoals je op verschillende momenten van de dag gebruik maakt van verschillende lampen en belichting in huis, zo passen ook verschillende digitale services beter en minder goed bij je verschillende bezigheden.

Je hebt de keuze om het licht in de keuken aan te doen zonder dat meteen ook de radio, televisie en strijkbout aangaan. Maar alleen websites bezoeken zonder meteen berichten te ontvangen van WhatsApp, video te kunnen kijken op YouTube of “desktop-notificaties” van Facebook te zien lijkt niet mogelijk.

“Dan zet je dat toch gewoon allemaal uit!”

Ja, dat is misschien een oplossing voor sommigen. Maar niet voor ons: wij willen namelijk ook gewoon wél gebruik kunnen maken van de voordelen van al die fijne services! Onbeperkt graag. Alleen niet continu, niet overal, niet altijd en liefst niet alles tegelijk. Niet alsof je op een rotonde zit waar je steeds harder moet rijden om de rest bij te houden en waar je niet meer vanaf komt.

Een bedieningsmethode net zo gemakkelijk als een knipperlicht waarmee je aangeeft dat je hier afslaat en je eigen weg volgt.

Maarten Wolzak

Bedenker en ambassadeur van AER. Trotse (en bezorgde) vader. Verliefde man.